Terug naar de homepage
Welkom bezoeker
   
Log in voor de ledensectie Stuur een bericht naar het bestuur van Diving Zaventem
Ga terug naar de hoofdpagina

't Plonske 

Inhoudstafel
Vorige | Inhoud | Volgende

Wrakduiken in de Var, juni 2007

Wat kunnen we vertellen over 5 dagen zon, duiken, wrakken, farniente, … bref, Méditerrannée! Een lange rit langs de autoroute du soleil, met een kort lunch in Beaunes, bracht ons ’s avonds bij het avondschemeren in Bormes-la-Favière, alwaar de Venus op ons lag te wachten. We ontmoetten er Bruno, onze chef grognon, die de komende dagen kapitein, kok, en duikorganisator zou spelen. Verder maakten we kennis met Ludovic, die ook de komende dagen mededuiker en schippersmaat ging worden, en met Joelle, een vriendin die het weekend de vrouwelijke aanwezigheid aan boord zou belichamen. Zo trokken we naar de camping van Bormes voor het avondmaal, en werden we goed bediend door Sonia (of was het Antoinette, of Brigitte, of … we zullen het nooit zeker weten). Na de verdeling van de slaapkamers, Marc en Eric in de luxekajuit in het vooronder, Wilfried en Guy en de middelste suite, en tenslotte Rudy, Hans, Bart en Stijn in de achterste stapelplaats, namen we nog de gelegenheid enkele flessen te kraken. Het zou het nachtelijke geronk niet ten goede komen…

De ochtend kondigde zich aan met een stevig zonnetje voor de afvaart naar Port-Cros, beschermd als parc marin. De eerste duik van de week op la Gabinière deed ons kennismaken met de Middelandse-Zeefauna en –flora, zoals gorgonen, dorades, congers, geelgevlekte murenes en vooral ook mérous. Deze tandbaarsen zijn gekend op deze duikplek, heel nieuwsgierig komen ze de duikers bekijken als waren wij de attractie onder water. Na de lunch op het voordek in de haven van Port-Cros gingen we voor nog een tweede natuurduik, waarvan we ons vooral de mérou die zich liet aanraken onthouden. De avond bracht vooral de ontgoocheling dat de koeling van de PerfectDraft niet op het stroomnet van de boot wilde functioneren. We lagen voor anker in de Baie de Port-Man op Port-Cros en de zon en de stikstof deden al vlug hun werk. Allen die niet uitgebreid naar huis wilden telefoneren kropen in hun kooi.

De volgende ochtend was voorbehouden voor de koninginnerit in de duik-tour, de Donator. Dit slachtoffer van een mijn uit WOII ligt op -54m bij het eiland Porquerolles. Het wrak is alles wat men ervan zegt, met hoge zijwanden, een ronde achtersteven met roer en schroef nog op hun plaats, winchen en davits, een stuurcabine en een reserveschroef op het dek, dat alles afgewerkt met prachtige gele en paarse gorgonen, en de obligate wrakbewoners, de murenes. Bij al dat moois moesten we wel de decocomputer en de manometer in de gaten houden want na een klein half uurtje op, naast en in het wrak zijn er ook nog 20 minuten trappen uit te voeren, in het blauw aan de decoballon.

Bij het bovenkomen is er een lichte paniek aan boord, want Ludovic heeft verschijnselen van decompressieziekte: tintelingen in de benen en abnormale vermoeidheid. Hij wordt vlug aan de zuurstof gelegd en te drinken gegeven. We varen naar de haven van Porquerolles waar na een half uur de brandweer en de dokter klaarstaat. De symptomen zijn fel geminderd maar hij zal later met de helicopter opgehaald worden voor een sessie van twee uur in de caisson. Volgens de dokter ligt deshydratatie en vermoeidheid aan de basis van dit ongeval: plongez bien, plongez plein is de goede raad die we meekrijgen.

In de namiddag doken we op Le Grec, ook een cargo die op dezelfde plaats als de Donator aan een mijn ten onder ging. Le Grec is net iets minder interessant en niet iets minder diep dan de Donator, maar dat gaf de mogelijkheid de ruimen vanbinnen en de begroeiing wat van dichterbij te bekijken. Die avond was het afscheid van de Iles d’Or, want de komende dagen stonden de wrakken van de baai van Cavalaire op het programma. We meerden terug aan in de thuishaven om water en brood in te slaan – niet dat we niets anders te eten kregen – en een goede douche te nemen.

De duikboot Rubis was onze duikstek op maandagmorgen. Het was een drukte van jewelste bij de markeerboei want nog drie andere boten kwamen een lading duikers op de Rubis droppen. Bij de afdaling langs de ankerlijn kwam op -20m het silhouet van een grote, intacte duikboot in zicht. De achtersteven en enkele zijpanelen zijn beschadigd, maar voor de rest nodigden de vele details uit tot nader onderzoek. De preekstoel boven op de brug steekt mooi af tegen het binnenvallende zonlicht, en een openstaand luik waar maar net een duiker door kan vraagt naar een verkenning van de binnenkant. ’s Middags leggen we aan in een baai voor een BBQ en een siesta aan boord.

Een 100-jarige torpedoboot, de Espingole, komt in de namiddag aan de beurt. De vele spanten liggen als het skelet van een dinosaurus in het zand, met daartussen opgesteld de stoomketels en stoommachines, waar we overal langs- en onderdoor kunnen zwemmen. Er is nog een klein probleempje wanneer Eric zijn loodgordel vergeten heeft en daardoor zijn buddy Wilfried kwijtraakt. Maar wraak is zoet wanneer Eric na de duik met handdoek en al over de reling verdwijnt. We nemen allemaal nog een frisse duik in de baai en na enkele koude Leffes trekken we naar onze kooien. Hier in deze afgelegen baai hoor je niets anders dan het idyllische gezoem van de wind en het romantische geklots van het water, begeleid door heel erg onromantisch luid gesnurk.

Op onze laatste volle duikdag staat ons diepste op het programma: de Togo op -60m. Beneden toegekomen ligt een grote cargo, maar het volledige achterschip is recht afgebroken en nergens te zien. In het dek gapen grote ruimen en een tocht langs cabines en een grote winch brengt ons bij de boeg. Op deze diepte tikken de trappen snel aan en na een twintigtal minuten stijgen we op voor 3 minuten op 6 meter en 18 minuten op 3 meter. We raken nog wel gewend aan het eenvoudig leven van barbecue, plateau de fromage, sieste. Na enkele uurtjes gaan we op weg naar de Ramon Meumbru voor de havenmonding van de jachthaven van Cavalaire. Dit is een gigantisch schip, maar, op één rechtstaande zijwand na, zo plat als een pannekoek. Toch een hele mooie duik al was het maar voor het onderwaterleven, en eindelijk eens maar enkele minuten traptijd. De laatste avond is aangebroken in de thuishaven van Bormes, met een uitgebreide apéro, kippelevertjes als avondmaal en een glas met Bruno en Ludovic in de haven.

Op de laatste dag pikken we nog vlug een duik mee. In het midden van de baai van Le Lavandou ligt een rots, waar zelfs al van in de oudheid schepen tegenaan gevaren zijn. Nu liggen er nog de overblijfselen van de Spahis, het is te zeggen een mooie boeg op 22m en stoomketels op 10m. De duik is een mooie afsluiter met een combinatie van wrak en natuur, tesamen zien we een conger, murenen, galatheas, een octopus en enkele baracudas. Dan is het snel huiswaarts. Slechts de foto’s en de herinneringen zullen blijven, van een wrakduikvakantie met een fantastische zichtbaarheid.

Stijn