Terug naar de homepage
Welkom bezoeker
   
Log in voor de ledensectie Stuur een bericht naar het bestuur van Diving Zaventem
Ga terug naar de hoofdpagina

't Plonske 

Inhoudstafel
Vorige | Inhoud | Volgende

5 dagen Portland

Woensdag 8 juni, 2005. 04u30. De wekker gaat af . Veel te vroeg voor een normale mens. Maar wij zijn geen normale mensen, want binnen een uurtje vertrekken we om enkele dagen in het water te liggen en naar schroot te gaan kijken. We gaan wrakduiken in Portland. Het wordt een lange rit, 200 km naar Calais, een uurtje op de ferry naar Dover, 350 km naar Weymouth, in het Zuidwesten van Engeland. Iedereen is op tijd bij Eric en de Vito en de Transporter met hun zware bagage gaan op weg. Over de reis valt niet veel te zeggen. Het enige vermeldenswaard was de controle op illegalen tussen ons duikgerief toen we in Dover de haven wilden uitrijden.

Bij aankomst aan het Aqua Hotel schijnt er al een lekker zonnetje, dat de hele reis bij ons zal blijven. We installeren ons in de slaapkamer na een korte discussie wie er boven en wie onder in het stapelbed zal liggen, en wie ver van de snurkers of dicht bij het venster. Daarna zoeken we de materiaalkamer op en maken we ons stilletjes aan klaar voor de eerste duik, 17u, Aeolian Sky. Het gaat er precies relaxed aan toe, hier in Engeland, want niemand komt een briefing geven of de duikboekjes controleren. De Sky ligt op een uurtje afstand, en we varen langs de witte krijtrotsen naar onze bestemming. Iedereen heeft ervoor gekozen nat, of halfnat, te duiken. Behalve Eric, die waarschijnlijk wijselijk de hele vakantie droog blijft. De schipper werpt het anker voor het wrak uit in de hoop dat het op het wrak zal driften. Eigenaardige procedure, maar gelukkig wel effectief, want na de afdaling aan de ankerlijn komen we inderdaad op een gigantisch wrak. Het zicht is 10 meter of meer. Op zijn zij gelegen torent het vrachtschip boven de zandbodem uit. Het is er wel een rommeltje van platen en buizen; 25 jaar op de zeebodem hebben hun tol geëist. Machinekamer en brug zijn wel nog goed herkenbaar. Meer krijgen we ook niet te zien, want na 25 minuten op 35 meter moeten we er einde aan maken (aan de duik natuurlijk), om op deze eerste duik al niet al te veel trappen te krijgen. Na 6 minuutjes op 3 meter komen we aan de oppervlakte om de duikerslift te proberen. Die is speciaal ontworpen om de lokale technische duikers met hun vier duikflessen in één stuk aan boord te krijgen. Gewoon met de twee voeten op het platform gaan staan en je word elektrisch aan boord gehesen. Het is al na zevenen als we Portland Harbour terug binnenvaren. Als we om halftien de opties voor het avondeten overlopen, blijft een hap in de pub aan de overkant over. Het eten is niet fantastisch, maar toen wisten we natuurlijk nog niet dat dit waarschijnlijk de beste maaltijd van ons verblijf zou worden.

Dag twee kondigt zich aan met zon en kalme zee. Op de planning staat de Salsette, “de mooiste wrakduik van Groot-Brittannië” en onze diepste voor de vakantie, -45 m. Het wrak van de passagiersboot is niet overdreven groot, ligt schuin op zijn zij en heeft nog veel herkenbare details op het dek. Spijtig genoeg is er niet veel bodemtijd op deze diepte, zodat we weer maar een klein stukje van het wrak te zien krijgen. Sommigen komen bevend als een blaadje naar boven , waarschijnlijk iets te veel traptijd opgelopen, en dat in nat pak. Onze mededuikster Serena, die waarschijnlijk meer materiaal naar beneden nam dan wij allemaal samen, komt pas na een uur weer naar boven. Helium wordt maar langzaam uitgescheiden, vandaar een half uur traptijd.

De namiddagduik is binnenin de haven, kwestie van niet te diep te moeten gaan. Er ligt een kleine landingsboot en een golfbrekercaisson. Wel eens de moeite waard om rond te zwemmen, maar het slib in de haven en 10 rondzwemmende duikers reduceren het zicht al vlug tot minder dan een meter. Als de avond valt kan ik de troep overtuigen Weymouth te verkennen en misschien een Indiër mee te pikken. We eindigen in een all-you-can-eat-Chinees-Indisch-Thais restaurant, maar iedereen vindt wel zijn goesting op de buffetten.

Dag drie en duik is pas om 12 uur, dus kunnen we nog een Engels ontbijt achter de kiezen slaan. Maar waarom komen alle bestellingen één voor één en waarom gaan er telkens tien minuten over om één bestelling klaar te maken? De kok moet misschien eens in Sterrebeek in de leer komen? Ik besluit vandaag eens droog te gaan om zonder kou redelijk wat trappen te kunnen doen. Eric en ik duiken samen, en we proberen beiden zonder de ankerlijn vast te houden af te dalen. Dat was een vergissing, want in de opstijgende luchtbellen raken we de ankerlijn kwijt. Met een vloek terug naar boven en de schipper is zo vriendelijk ons terug op te pikken en opnieuw te droppen. De M2 ligt onbeschadigd en perfect rechtop alsof hij er gisteren is neergelegd. In feite ligt hij er al sinds 1935, gezonken nadat de bemanning de kleine vliegtuighangar op het dek te vroeg had opengedaan. De hele romp is begroeid met een stoffig wier en korstsponzen. Een conger heeft zich in een koker een huis gevonden. Het zicht is perfect en met gedoofde lamp zie ik hoog boven me de silhouet van de brug tegen het flauwe licht dat ons nog vanaf de oppervlakte bereikt. We genieten van de duik tot we de hele boot van boeg tot achtersteven gezien hebben, met de nodige stops om details van de duikroeren, torpedobuizen, ankerkettingen, vliegtuighangar, brug, kanon, roer te bekijken. We blijven de volle 35 minuten en zullen dat geweten hebben. Als we na een deep stop aankomen op 3 meter, krijgen we 18 minuten traptijd voorgeschoteld. Tiens, tiens, we komen als laatste terug aan boord. Niemand die daarover zaagt, noch schipper, noch medepassagiers: fantastisch.

De namiddagduik is wat minder belastend. Een driftduik op maximum 20 meter langs het Portland schiereiland. We leren hier iets nieuws, want we moeten de ganse duik onze SMB (surface marker buoy: oppervlakte signalisatie boei; ook wel deco-boei of salami genoemd) oplaten, want de schipper moet alle buddyparen kunnen volgen in de stroming. Hiervoor moeten we onze reel vastmaken aan de de boei, zodat ook op 20 meter diepte de boei aan de oppervlakte drijft. Het lijkt wel de Middellandse Zee door de helderheid die een lamp bijna overbodig maakt. Veel leven zoals noordzeekrabben, spinkrabben, geelgeaderde lipvissen, een enkele sepia, en grote wieren en kelpplanten.

Het is weeral laat eer we aan tafel kunnen gaan. We zullen dus maar het restaurant van onze hotelpub met onze aanwezigheid vereren. Big mistake !!! De bediening van Janice is dan misschien wel OK, maar de blubber die voor stew moet doorgaan en het kale been dat als spare ribs op de kaart stond zijn aan onze Belgische smaakpapillen niet besteed . De keuken doet de Engelse culinaire reputatie alle eer aan. De kok moet zeker eens in Sterrebeek in de leer gaan. Gelukkig kunnen we alles doorspoelen met een paar Engelse pints. Niemand trekt het lang (de avond) want morgen is er een matinale duik, om 6u30: we vertrekken een getij vroeger dan de andere dagen.

De duik deze morgen is op de Binnendijk, een Hollands vrachtschip dat in 1940 op een mijn liep en helemaal uitbrandde voor het zonk. Van het wrak op 27 m blijft er ook niet veel meer over dan grote stukken scheepswand, spanten en balken. Het blijft wel interessant zo’n getuige van de oorlog te bezoeken , en proberen uit te maken wat waarvoor gediend heeft. Een grote stoomketel maakt het bezoek compleet. Vandaag hebben we eens wat tijd voor sightseeing en dus laden we ons busje vol voor een ritje op Portland. We stoppen voor het uitzicht vanop de hoge klippen van zandsteen, die door de zee uitgesleten zijn, en staan even stil bij de grote steengroeven en de kranen die gebruikt werden om stenen op schuiten richting Londen te laden. Vandaar gaat het naar de Portland Bill, het puntje van het schiereiland met de vuurtoren waar we al zo dikwijls langs gevaren zijn.

In het weekend is het een komen en gaan van duikers op de kleine parking aan het hotel. De boten die in de week speciaal voor Diving Zaventem uitvoeren, varen nu af en aan om hun lading duikers af te zetten en dan onmiddellijk terug met verse te vertrekken. Normaal stond er voor de namiddag een duik op het liberty ship Black Hawk op het programma, maar de marine houdt er die dag schietoefeningen en de schipper vindt het wijs daar niet te gaan duiken (flauwerik). De getijden laten niet veel andere mogelijkheden toe dan een ondiepe duik op de James Fennel, in de buurt van onze eerdere driftduik. Hier kunnen we zien wat de branding met een wrak doet. De brokstukken liggen over een grote oppervlakte verspreid. Alleen de enorme stoomketel met zijn vlampijpen is nog goed herkenbaar. Na een half uurtje laat Rudy (want hij is het) zijn boei op om ons nog een stukje te laten driften over de wieren en sponzen, die op -12 m tussen grote rotsblokken waaieren. Het oppikken gaat weer vlot, hoewel er drie boten liggen om her en der opduikende buddyparen aan boord te halen. Er is wat meer tijd over om ons klaar te maken voor het avondeten, en natuurlijk het uitgebreide aperitief. De meegebrachte borrelhapjes leken in het begin genoeg voor een heel peloton uitgehongerde bouwvakkers, maar toch zitten we ongeveer aan de laatste nacho’s, chorizo’s, salami’s, chipsen, pinda’s en borrelnootjes. Niemand heeft er de moed voor nog eens in de wagen te kruipen om in Weymouth een goed restaurant te vinden. De derde pub in onze straat zal zich dus moeten bewijzen. Ik trakteer nog een aperitief voor mijn 250ste, eindelijk. Het eten valt nogal mee. Misschien omdat bijna iedereen op veilig speelt door een steak te kiezen. De stikstof heeft zijn werk gedaan, en niemand heeft de kracht om in te gaan op de uitnodiging van Janice naar een live optreden (of toch? ). Morgen is er trouwens nog een vroege duik voor het vertrek.

We doen zondagmorgen nog een makkelijk duikje in de haven, op waarschijnlijk het meest bedoken wrak van Weymouth. De “Countess of Erne” is een 19de eeuwse raderboot, die het grootste deel van haar carrière als kolenbunker diende, en tijdens een storm in de haven zonk. Het valt op dat de zee nog een stuk ruwer is geworden. Het duiken buiten zou vandaag al heel wat inspannender zijn geweest dan de voorgaande dagen. We hebben piet gehad. Met de mindere ervaring van de vorige havenduik in gedachten, valt deze duik nog best mee. Het opwaaiende stof gaat vlug liggen. Het is mogelijk van voor tot achter door het ruim te zwemmen, onder de dekken door die de verschillende ruimen van elkaar afscheiden. Er zijn nog enkele leuke details, met het enorme roer, winchen, bolders en een wc-pot. Na een 40-tal minuten hebben Wilfried en ik drie keer de lengte van de boot afgezwommen, één keer binnendoor, één keer langs de romp en één keer over het dek. We hebben het gezien en dankzij de geringe diepte hoeven we weer eens geen trappen te doen.

De laatste keer terugvaren, laatste keer materiaal afspoelen, inpakken, buskes volladen en we kunnen vertrekken richting Dover. Dankzij de zware voet van lead driver Guy zijn we ruim op tijd voor de ferry. Na een vlotte overtocht en nog enkele uurtjes op weg naar Sterrebeek is het weer voorbij. Waar gaan we volgend jaar naartoe?

Stijn, G.O.